
Ja, lieve leesvrienden. Jullie dachten zeker dat die column niet meer kwam! Jullie dachten zeker: die jongen komt niet meer trainen, die jongen schrijft ook geen columns meer! Jullie dachten zeker: die jongen hangt na twee maanden al zijn balpennetje aan de wilgen! Jullie dachten zeker: die jongen heeft de pijp aan Maarten gegeven! Jullie dachten zeker: die jongen gaat na twee maanden op zijn lauweren rusten. Wellicht dachten jullie zelfs dat die jongen naar de eeuwige jachtvelden is vertrokken! Nou, dan heb ik nieuws voor je, de Molesss slaan ze niet zo gemakkelijk uit het veld! Wat dat betreft ben ik net Johnny Evans, aan het einde van de dag kom ik gewoon weer terug. Nee leesvrienden, de Molesss was lekker een paar dagen in Berlijn aan het flaneren.
En Berlijn is een grote stad, kan ik je vertellen. Met een hoop mensen. En een hele grote muur in het midden. Nou ja, groot. Daar stond een grote muur. Nu staat er een muurtje. Maar wel een mooi muurtje met allemaal graffiti en schilderingen erop. Dun muurtje ook. Lijkt me geen stabiel muurtje. Maar wel gewoon keurig muurtje. En naast zo’n muurtje heb je in Berlijn ook heel veel mensen. Echt heel veel mensen. Dat heb je met zo’n groot oppervlak, daar passen gewoon meer mensen in dan bijvoorbeeld in Nieuwegein. Kleiner oppervlak = minder mensen, dat weten we allemaal. En veel vogels in Berlijn, denk dat er nog meer vogels dan mensen zijn. En die vliegen daar altijd van het oosten naar het westen, omdat ze soms in het westen en soms ook in het oosten willen zijn.
Daarnaast spreken ze in Berlijn allemaal Duits (de meesten dan), houden ze van leren jackies, worst, techno en mensen weigeren. Och, wat houden ze zo van mensen weigeren. Ik hoorde dat ze in Berlijn de clubs leeg laten om de rij vol te houden en dat ze ooit Elon Musk en Kanye West hebben geweigerd. Wat dat betreft is het niet te rijmen met het Duitse vluchtelingenbeleid, want op dat gebied laten ze iedereen juist binnen, haha!
En eenmaal in Berlijn drink ik een Paulanertje en geniet ik van het uitzicht vande Spree. Ik filosofeer wat met mijn makkers en neem de omgeving gepassioneerd in mij op. ‘Och, Deutschland, du bist mein alles’, zwijmel ik. En terwijl ik naar de rivier kijk, zie ik daar een blonde man met lange haren suppen die steeds dichterbij komt. Ik kijk even goed en schrik. ‘Verdorie, dat is Sven Mislintat!’. Hij stapt de oever op en ik ren hysterisch naar hem toe. ‘Sven!’, roep ik. ‘Sven, wat heb je met mijn club gedaan! We gaan nacompetitie spelen zo’. Sven kijkt me boos aan en zegt: ‘Was?! Das ist die schuld der Computer!’ kommst du mit, ich werde Ihnen zeigen’.
Hij neemt mij mee naar zijn bankje waar hij zijn laptop uitklapt en vervolgens intypt: ‘Razendsnelle rechtsback met voetballend vermogen voor 4,5 miljoen om zo op te halen‘, en drukt op enter. De computer begint even te laden en laat na twee minuten een naam zien: ANTON GAAEI. ‘Dit laat hij iedere keer zien, ik moest hem wel kopen’, zegt hij dramatisch. Daarna tikt hij: ‘creatieve middenvelder die iedereen helemaal zoek speelt voor 8,5 miljoen‘, en drukt wederom op enter. Even laden en er komt weer een naam naar boven: ‘SIVERT MANSSVERK‘. ‘En altijd laat die computer dit mij zien, kijk die statistieken’, zegt hij gefrustreerd. ‘Kijk die pass accuracy zeg, kijk dat uithoudingsvermogen. Ik snap het niet, IK SNAP HET GEWOON NIET’. Hij barst in tranen uit. ‘DE COMPUTER LIEGT NOOIT’ snottert hij.
Ik sla een arm om hem heen en vertel hem: ‘Maatje, op dit moment speelt mijn team 700 km verder een wedstrijd tegen Focus en die voetballen ze helemaal van de mat. Daar spelen jongens die beter zijn en minder kosten. Dat weet ik, zonder enige vorm van data’. ‘Wat?’ vraagt de huilende oud-TD’er geschrokken. ‘Zonder data?’. ‘Ja vriend, zonder data’. Ik vervolg mijn verhaal. ‘Wij hebben Jelmer ‘Buffeltie’ Stolk, die heeft zojuist na een rush van 70 meter de bal panklaar voorgegeven op onze Franse spits Mon Tontford. Die heeft, Mon kennende, die bal met een Van Basten-achtige omhaal in de kruising geschoten’. ‘Tonford?’ vraagt hij. ‘Wat kost ie?’ ‘Eigenlijk onbetaalbaar’, zeg ik. ‘Maar we hebben voor de zekerheid een afkoopclausule van duizend euro in zijn contract gezet. Die boetepot kan het niet alleen van Daan hebben’.
‘En Saks, joh, zo’n ouderwetse rechtsbuiten. Iemand die potjandriedubbeltjes nog buitenom gaat. Zo maken ze ze niet meer, hoor. Die rijgt de laatste tijd de doelpunten aan elkaar alsof het sukadelapjes zijn. Dit weekend weer gescoord, assistje Goes. Goes jongen, die loopt iedere wedstrijd weer een marathon. Hij liep zondag 10 kilometer. Achteruit op z’n blote voeten met 10kg aan stenen op z’n rug. Kinderspel. Da’s voor hem een wandeling door het park. Dat zie je Sutalo niet doen, Svennieboy. En ook onze laatste aanwinst, transfervrij overgenomen, kost geen drol, Shariff Hafsi, heeft er ook weer eentje ingelegd. Volleytje van 20 meter in de winkelhaak. Allemaal zonder data’. Sven houdt zijn laptop stevig vast en snauwt mij toe: ‘Nooit! dat kan nooit! De computer liegt niet!’ en loopt boos weg. In de verte hoor ik hem nog verwilderd in zichzelf brabbelen. ‘Der Computer lügt nicht, der Computer lügt nicht’.
Eenmaal thuisgekomen klapt Mislintat zijn laptop open en tikt in: ‘balvaste spits met een neusje voor de goal’. De computer geeft weer: HARIS TABAKOVIC van HERTA BSC. Hij belt gelijk Herbert Hainer van Bayern München en vertelt dat Harry Kane uit de basis moet. ‘Ihr müsst Haris Tabakovic kaufen für 120 Millionen, der Computer lügt nicht!’, schreeuwt hij door de telefoon. Na dit gesprek pakt hij trots een glas rode wijn en opent zijn Instagram. Daar logt hij op zijn Parkhout6_banterpage in en reageert onder de nieuwe geplaatste post van de Parkhout6 instagram: ‘Wat goede tweede helft! Zo willen we het zien!! Als vanouds’. ‘Rotzakken’, denkt hij. ‘De computer liegt nooit’.
