Hout halen – week 34

27 augustus, 2023

Stel je eens de volgende situatie voor: Je word op zaterdagochtend in je voetbaltenue wakker, trekt je trainingspak aan, drinkt een glas tomatensap, schildert een wandje en gooit een paar pijltjes tot je kan vertrekken naar de wedstrijd. Doodnormale situatie, iedereen kent het wel. Je loopt naar de poort en voor je die opendoet kijk je nog een keer goed of je alles netjes hebt achtergelaten. Maar je gevoel is niet lekker, er mist iets. Je kijkt nog eens goed en tot je grote schrik merk je: het hout is op.

In de tuin heb je altijd een stapel hout liggen en die is nu op. En niet van dat laffe blankhout waarmee je vroeger bij de bouwspeeltuin je hutten bouwde, maar van die echte eikenhouten blokken die vorige week nog in Noord Scandinavië gekapt zijn. Dat heerlijke premiumhout dat nog naar herten en bevers ruikt, daar kun je jou snachts voor wakker maken. Normaal ligt je tuin er vol mee en nu dus niet:toch een kleine crisissituatie waar je niet op bent voorbereid, wat ga je doen? Je moet over 20 minuten verzamelen, maar je moet ook je hout hebben. Je zou gewoon naar het voetbal kunnen gaan en morgen dat hout halen, maar dan heb je vanavond geen hout. Je moet er niet aan denken dat je na het voetballen thuis komt, je hout op is en dat de Hornbach dicht is. Met een beetje pech is de bouwmarkt op zondag ook gesloten. Zit je dan met je grote waffel, een heel weekend zonder hout. Moet je weer allemaal pallets uit de tuin van je buren gaan jatten. Dus je gaat voor optie B: even heen en weer naar de Hornbach. Kom je maar wat later bij de wedstrijd aan, de jongens zullen het wel begrijpen.

Het tegendeel gebeurt, de jongens begrijpen je niet. Ze zeuren dat je te laat bent en ze lachen om je argumentatie. Je bent een half uur te laat omdat je hout moest halen, wat een grap. Ze vinden het een waardeloos verhaal en zetten je op de bank. Ook mag je de bidons gaan vullen en de cornervlaggen halen. ‘Ga lekker die hoek in joh’ grapt Pins nog naar je. Hoezo begrijpen ze je in vredesnaam niet, denk jij. Een beetje empathie mag je wel verwachten.Beetje lullig, maar goed. Jij neemt met frisse tegenzin plaats in de duc-out.

Daar in die desbetreffende duc-out doet zich een nieuw dilemma voor. Op het eerste oog geen vuiltje aan de lucht; het team speelt behoorlijk en we hebben vier wissels. Het zonnetje schijnt en aan alles lijkt het een mooie dag te worden. Maar jouw gevoel is niet lekker, alsof er iets mist. Je kijkt eens goed om je heen en tot je grote schrik merk je: de biertas wordt lauw.

Je raakt zichtbaar in de stress. Je wilt de coach alarmeren maar die is teveel met de wedstrijd bezig en je mede-wissels zijn met elkaar in gesprek. Wat doe je dan? Je zou kunnen proberen om die tas in de schaduw te leggen of om wat ijsklontjes te pakken. Maar ja, dan blijft er het risico dat die tas na de wedstrijd lauw is, en niemand wordt blij van een tas met lauwe Peroni. Je moet er niet aan denken dat je na negentig minuten voetbal het veld afstapt en lauwe Peroni moet gaan drinken. Lauwe Peroni op een warme dag, bah bah. Dat is als je kleine teen stoten of achterna gezeten worden door een groep wilde paarden. Of rot hout met spijkers erin, weg met die rommel! Dat moet je gewoon niet willen. Straks heeft de kantine ook nog eens een snipperdag. Zit je dan, met je grote waffel, met 30 warme leo’s in een bloedhete tas. Mij niet bellen zeker! Dus je gaat voor optie B: je pakt een biertje, maakt deze open en drinkt deze zonder te blikken of te blozen leeg. Loop je maar net even wat minder fit het veld op zo, de jongens zullen het wel begrijpen..

Maar het tegendeel gebeurt, de jongens begrijpen het weer niet. De wissels kijken het tafereel met lede ogen aan en spreken hun afschuw uit. Ze zeuren dat je fit moet zijn en zometeen moet gaan ‘vlammen’. Ze vinden het een ‘domme actie’ en lachen om je argumentatie. ‘Mafkees’ grapt Pins nog naar je. Niemand lijkt je te begrijpen vandaag, een beetje empathie is wel op z’n plaats denk je. De trainer vindt het een waardeloos verhaal en stuurt je voor straf het veld in. Beetje lullig, maar goed. Met frisse tegenzin begin je warm te lopen.

Toch gaat zich nog een nieuw dilemma voortdoen waarin ik jou als lezer wil vragen kritisch mee te denken. Je staat in het veld te ballen en je zit er aardig in. We staan voor en je hebt zojuist met je linker pantoffel een vrije bal heerlijk in de korte hoek gekruld. Lekker bezig hoor, de jongens komen je een voor een complimenteren. De mensen langs de lijn scanderen je naam, de trainer kijkt als een trotse oom je kant op. De wissels houden de biertas omhoog en schreeuwen dat ze je vergeven. ‘We bewaren wel een kouwe voor je vriend!’, roepen ze joviaal. Je mag het godverdulleme hopen, denk je. Je tong hangt inmiddels op je knieën. Al met al gaat het als een leien dakje en we staan inmiddels op een riante voorsprong, tot de 70e minuut.

Je kijkt weer eens even rond en tot je grote schrik merk je dat de spits van de tegenpartij diep gestuurd wordt en jij de enige bent die hem nog kan stoppen. Je raakt in de stress. Waar is Jape? Waar is Buffel? Die komen al terugrennen vanuit een corner, schreeuwend in slow-motion: ‘dieeeee baaaaal moeeeeet vooooooor jouuuuuu zijjjjjjn!!’ Jaa, wat doe je dan op zo’n moment? Zeg het maar! Je zou kunnen proberen om die bal van hem af te pakken op de legale wijze, maar wat schiet je daar nou mee op. Je loopt nog steeds het risico dat die spits die bal langs Nelus schiet en daarna jou gaat lopen uitdagen: ‘Heh, flikkertje, durfde je niet aan de noodrem te trekken joh pussy‘. Dat wil je beslist niet. Dus je kiest voor optie B: je slide die spits, met twee benen vooruit, met een hupje, op kniehoogte, compleet de vernieling in. Dan pak je maar een gele kaart, de jongens zullen het wel begrijpen.

Maar je raad het al, de jongens zijn er helemáál niet blij mee. Ze zeuren allemaal aan je kop en worden woest om je drogredenatie. Ook de tegenstanders komen in grote getalen ziedend, met het stoom uit hun oren, op je afrennen. Ze roepen dat je na de wedstrijd naar de parkeerplaats moet komen en noemen je een moordenaar. Het publiek gaat zich ermee bemoeien en opstootjes volgen vanzelf: kennelijk staan er nog sympathiekelingen met een gevoel voor rechtvaardigheid langs de lijn,denk je. Op de achtergrond schreeuwt het slachtoffer het uit van de pijn. Huh, zo fors was deze overtreding ook niet? Als klap op de vuurpijl geeft de scheidsrechter je een rode kaart. ‘Rood? ROOD???? SCHEIDS DAT GAAT VEEL TE VER! BEN JE HELEMAAL GEK GEWORDEN JOH LAMZAK! JE ZIET TOCH DAT IK VOOR DE BAL GA??!!’ Je probeert het hem op een normale en kalme manier uit te leggen, maar ook hij wil niet luisteren. Hij zegt dat je blij mag zijn dat hij de politie niet belt. Op de achtergrond schudt je teamgenoot Danny teleurgesteld zijn hoofd. Hoezo begrijpen ze je allemaal niet? Je wordt niet eens naar de bank gestuurd, maar moet gelijk gaan douchen. Beetje lullig, maar goed. Thuis heb je nog een stuk hout liggen die je in ieder geval wel begrijpt.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is image-6.png