Kleedhonk – week 50

17 december 2023

Terwijl de dagen korter en kouder worden, wordt het in het kleedhonk als vanzelfsprekend gemoedelijker en warmer. Een mooie toevlucht om zo lang mogelijk te verblijven alvorens men gaat warmlopen, en tevens de ideale verblijfplek vlak na de wedstrijd. Want een kleedhonk is zoveel meer dan een kleedhonk; het is ook een vergaderruimte, bestuurskamer, een therapiezaal en een buurtcafé.

Toch kan een kleedhonk een vat vol onrust zijn. De verhalen van shampooflesjes die zijn volgepist en van onderbroeken vol met tijgerbalsem zijn talrijk. ‘Kleedkamerhumor’ noem je dat, je moet er van houden. Vroeger was er bij ons altijd wel iemand die direct na de wedstrijd de volledige inhoud van de ballenzak richting de douchecabines trapte, terwijl een andere lolbroek met een fles deodorant en een aansteker het kleedhonk plat probeerde te branden. Daar liep je dan met je goede gedrag, ballen te ontwijken alsof je in 1944 net bij een strand in Normandië was aangemeerd. Als je geluk had stond je handdoek nog niet als een fakkel in lichterlaaie als je van heelhuids onder douchevertrekken terugkwam, en waren de twee kemphanen van het team nog niet met elkaar in een verhitte knokpartij om de top van de apenrots beland. Dat was destijds geen reclame voor het kleedhonk. Een negatief kleedhonk is funest voor je elftal.

Maar een goed kleedhonk weet de teams naar nieuwe hoogtes te tillen. Lees de voetbalboeken en kijk de talkshows er maar op na, een positief sfeertje alleen is al goud waard. In een positief kleedhonk zijn buitenstaanders niet welkom, is de hiërarchie en is de rolverdeling duidelijk, vertelt men elkaar de waarheid, is de kritiek opbouwend en constructief, en in een goed kleedhonk wordt bier gedronken en gedoucht. Laat dit de jeugd maar eens lezen die steeds vaker na de wedstrijd stinkend de auto in schijnen te duiken: Douchen = belangrijk. Niet alleen omdat je na de wedstrijd van de trainer verplicht in Parkhout-Hoody in de kantine verwacht wordt, maar het draagt bij aan teambuilding. En dat hoeft helemaal niet eng te zijn, dat douchen. Dat mag in je blootje, in je onderbroek, in je zwembroek of met een sombrero op en twee maraka’s in je handen; maakt voor het kleedhonk niet uit, zolang er maar gedoucht wordt. Mocht dit toch te ouderwets klinken en wij een uitstervend ras zouden zijn, zullen we als de laatsten der Mohikanen douchend ten onder gaan.

In ons kleedhonk draaien we ook muziek. Hymnes, chansons en symfonieën die het kleedhonk op energetisch niveau doen ontstijgen. Ons kleedhonk houdt van ‘La Cucaracha’ en hoort het liefst de eerste tien seconden zo vaak mogelijk. Hoe vaker je ‘Lu Cucaracha’ hoort, hoe dieper het via dat limbische systeem het oerbrein zal penetreren. Dan gaat er vanzelf een knop om. Ook tijdens de opstelling, die Tito vanaf een papiertje of zijn mobiel aan het kleedhonk voordraagt, draait de Kleedhonk-DJ de vaste hymne ‘La Cucaracha’. Hij begint met de doelpositie, die steevast door Nelus bekleedt wordt, dat onder luid gejuich ontvangen wordt. Na 25 jaar veinst het kleedhonk nog steeds verrast te zijn als het om de doelmanpositie aankomt, het favoriete grapje van het kleedhonk. Het kleedhonk is makkelijk publiek. Om hiernaast nog echt in de oorlogsstemming te komen draait men ‘Che La Luna’, ‘Kleine vogel’ en ‘Engelbewaarder’, maar bij behoefte aan meer power schakelt men gewoon weer terug naar ‘La Cucaracha’.

Tito wordt ondersteund door Spies, die het kleedhonk voorziet van praktische informatie. Spies zorgt in chaotische tijden voor orde en regelmaat; zonder Spies ontaardt het kleedhonk in een soort ‘Sodom en Gomorra’. Mon Tontford neemt de emotionele tak voor zijn rekening. Hij voorziet het kleedhonk van passie en gif door middel van korte speeches waarin hij zijn manschappen naar de overwinning tracht te schreeuwen. Dit doet hij dikwijls in zijn moedertaal, maar bij uitzondering wil hij dat nog wel in het Duits doen. Degene die niet luisteren wil wordt overgeleverd aan de genade van Bengt, en dan is het maar zien of je ooit nog opgesteld wordt.

Voor de lezers van buiten ons kleedhonk licht ik ter illustratie een tipje van de sluier toe. Rechts in het hoekje van ons kleedhonk zit de cavalerie. Hier worden de enkels chirurgisch ingetapet en ruikt het dikwijls naar tijgerbalsem. De cavalerie bereidt zich stilletjes voor om weer 90 minuten lang het snot voor hun ogen te lopen. Zij zijn bloedverwanten en misschien wel verre nazaten van een nomadenclan in het Ethiopië van 800 na Christus. De gebroeders Saks produceren per wedstrijd gemiddeld zo’n 67 diepe loopacties en 53 voorzetten, een moyenne waar niemand in het kleedhonk aan kan tippen.

Tegenover de cavalerie zitten de luchtmacht en de infanterie, die samen al een paar wedstrijden het hart van de defensie vormen. De tandem ‘Kape of Joen’, heeft naar mijn weten in twee wedstrijden tijd slechts vier/vijf kansen tegen gekregen, waar Jape ook nog tegen Houten als een F-16 piloot een bal binnenvloog en een belangrijk aandeel had in de overwinning op de desbetreffende nummer 4. Ondertussen heeft Koen Elbertse ieder stukje ruimte dichtgelopen die dichtgelopen kan worden. Zoals ze zeggen: 70% of the world is covered bij ocean, the rest is covered by Koen Elbertse.N Koento Kante, noemen ze hem ook wel.

Even verderop staat de Artillerie-afdeling hun noppen te slijpen. Buffel en Bieboe schopten er tegen Houten nog gretig op los, maar lieten tegen IJFC ook zien goed te kunnen voetballen door een assistje van Buffel en twee doelpunten van Bieboe (wippie over de keeper, schot rand 16), die het kleedhonk de overwinning op IJFC schonken. Het steekballetje van Buffel werd trouwens door Daan Elbertsinho kundig in de verre hoek geschoven, nadat hij eerder een prachtige volley op de lat uiteen zag spatten. Vanaf de kant genoot ik, met vlag in de hand, vanaf de eerste rij van deze drietrapsraket aan de linker flank.

Verder keuvelen de Adjudanten KoenVeng en Goes ondertussen over plannen om met de vrouw voor een welverdiend portie schnaps en gemütlichkeit richting het moederland te vertrekken. Zij zijn na al dat gebikkel op het middenveld wel toe aan een beetje Entspannung bei unseren östlichen Nachbarn. Mareno en Shariff wisselen het wel- en wee van het vaderschap met elkaar uit, maar kunnen ook stoom afblazen over een leven in de punt van de aanval. Mareno zag zijn doelpunt door de grensrechter -riekend naar opzet- afgevlagd worden, die zich op zijn beurt door de spits voor ‘fikkertje’ uitgemaakt hoorde worden. De lijnsman weet nu ook: een spits zijn doelpunt ontnemen is als zijn ziel afpakken, dat ligt nogal gevoelig.

Na de wedstrijd wandelt men stoïcijns het kleedhonk weer binnen. Men valt elkaar niet in de armen bij winst en schopt geen prullenbakken kapot bij verlies. Men drinkt rustig zijn consumptie en staart, met stoom van de hoofdhuid af dampend, wezenloos naar de grond totdat het laatste lid met de muziekbox het hok binnenloopt. Daarop volgt er veelal iets in de trant van ‘lekker gespeeld, mannen’ of ‘je moet je eigen doodschamen, mannen’. Het kleedhonk reageert niet, maar staart nog even wezenloos voor zich uit en nipt stilletjes aan de consumptie. Beelden van de gespeelde wedstrijd schieten nog door de ogen, alles wordt verwerkt en in grote bestanden door de neocortex opgeslagen in een apart kamertje weggestopt. Het werk zit erop, men mag weer ontspannen. En vanaf dat punt schalt “La Cucaracha” uit de speakers en neemt het oerbrein het kleedhonk weer over.