
Een bijnaam is helaas niet iets wat je zelf uitzoekt maar iets dat je krijgt toebedeeld van het lot. Wellicht kom je er goed vanaf met een bijnaam zoals ‘Klokkie’ (omdat je altijd van die mooie klokkies draagt) of Madiba (omdat je toevallig Nelson Mandela bent), maar met een beetje pech zit je de rest van je leven ergens aan vast waar je zelf helemaal geen invloed hebt. Stel je eens de volgende situatie voor:
Je bent acht jaar oud en je hebt zojuist gevoetbald en tevens een doelpunt gescoord. Je fanatieke voetbalvader is door het dolle heen, want hij heeft nu weer wat te vertellen bij de koffiemachine op werk (‘Ik zweer het je Manfred, het zal me niets verbazen als FC Utrecht binnenkort langs de lijn staat!’). Als beloning krijg je in de kantine van jouw vader apetrots een broodje pekelvlees in je handen gedrukt. Zelf neemt hij er voor de gelegenheid ook maar een. Met dit broodje loop je glunderend van blijdschap richting de tafel buiten de kantine, waar al je teamgenoten een grote schaal met frituursnacks soldaat aan het maken zijn. Door de speakers op het terras draait ‘Groen als Gras’ van All Stars.
Maar dan gebeurt er iets dat je leven zal veranderen. Eenmaal bij de tafel aanbeland struikel je over een rondslingerende sporttas en val je, met broodje pekelvlees incluis, met je snufferd zo op de vloer! Daar lig je dan, met je goede gedrag, op een ijskoude ondergrond die bezaaid ligt met vlees, saus en brood. Het is even stil en je kijkt eens naar boven. Daar zie je al jouw teamgenoten met wijdt open gesperde ogen naar je kijken alsof ze net Noa Lang ABN hebben horen praten. Ze zeggen niets, totdat die ene autitische teamgenoot die thuis zijn cavia’s schijnt te martelen naar je wijst en schreeuwt: ‘HEYYYYY……. PEKELVLEES!’
De omstanders barsten allemaal in lachen uit. ‘Pe-kel-vlees! Pe-kel-vlees! Pe-kel-vlees!’ klinkt het hosanna. Ook de vaders schateren het uit: ‘Ik plas bijna in m’n broek, wat een sukkel zeg!’ buldert er eentje, al bellend met de telefoon aan het oor, terwijl hij zijn vuurrode gezicht afdept met een doekje. ‘Er ligt gewoon allemaal pekelvlees op de grond Joop, hier moet je bij zijn! Ik heb nog nooit zoiets grappigs meegemaakt.’ Hij puft nog even verder. ‘Dit zal me de rest van me leven bijblijven, Joop!’ Je staat op en holt met de tranen in je ogen zo snel mogelijk weg van de situatie. Weg van je teamgenoten, weg van de club en weg van de vernedering, richting de auto van je vader. ”Zaterdag was de mooiste dag van de week, en je wist als je naar je vriendjes keek”….. klinkt het nog op de achtergrond.
En zo worden bijnamen geboren, daar kies je helaas in de meeste gevallen zelf niet voor. Het vervelende is dat je dit tot ver in je volwassen leven moet gaan uitleggen. Bijvoorbeeld wanneer je maat met een paar meiden staat te praten en hen vertelt dat ze jou kostte wat het kost moeten ontmoeten: ‘Hey, enneeee trouwens, hebben jullie mijn maat Pekelvlees al ontmoet? Daar staat ie!’ en wijst dan, allang niet meer beseffend wat hij uitkraamt, richting jou. ‘Hey Pekelvlees! Vleessieee! Hey jongen! Vleesssie, kom is er bij jongen! Niet zo verlegen vriend! ‘ En hoppa, je staat al met 3-0 achter. Vervolgens krijg je dan de vraag waarom ze je Pekelvlees noemen en dan moet jij gaan uitleggen dat jij als achtjarig ventje ooit een broodje pekelvlees hebt laten vallen en sindsdien door het leven gaat als Pekelvlees. Maar eigenlijk heet je gewoon Sjoerd. En dan maar wachten op de (geschrokken) blikken.
Dit is dan ook meestal de periode dat mensen stoppen met het vechten tegen de bijnaam, want kennelijk lijkt het niet te werken. Je hebt jarenlang de illusie gehad dat het negeren ervoor zou zorgen dat de naam zou uitsterven, maar helaas is de naam na jaren nog springlevend. Soms loop je door de stad en komen er wildvreemde mensen naar je toe om te vragen of jij niet die gozer was die toen dat broodje liet vallen. En nadat je dan aangeeft dat jij inderdaad de enige echte Pekelvlees bent begint men om handtekeningen en foto’s te vragen. Een alternatief is natuurlijk om naar Transnistrië te emigreren en je daar bij de autoriteiten onder de naam van Dimitri Kulanchenko aan te melden, om ervoor te zorgen dat je in het Rode leger een nieuwe en tevens veel coolere bijnaam zal krijgen, zoals bijvoorbeeld: ‘The Dutch Comrade’. Daarnaast zou je ook criminele milieu in kunnen duiken door te zorgen dat je op Opsporing Verzocht verschijnt terwijl je een bakker beroofd met een roze panty op je hoofd. Bijnamen als ‘de Pantydief’ of de ‘De Roze Bloem’ zullen voor jou kunnen zijn. Zowel het leger als het criminele circuit zijn prachtige broedplekken van nieuwe bijnamen.
In plaats daarvan zie je dat mensen met trots hun naam beginnen te omarmen. Ze bedrukken achter op het voetbalshirt ‘Pekelvlees’ met nummertje 98′ ( het jaar van het trauma) en ze laten het optekenen bij de gemeente. Zowel op werk, bij de club en in de kroeg stelt men zich als Pekelvlees voor en op familiebijeenkomsten volgt een heuze ‘coming out’: ‘Sorry oma, ik wil dat u me voortaan liever gewoon nog Pekelvlees noemt. Dat vind ik prettiger’. De familie begrijpt het, jouw identiteit is nou eenmaal Pekelvlees.
Nogmaals, bijnamen verzin je zelf niet. Het is niet iets dat je kunt forceren. Je kunt jezelf wel heel vaak ‘The Geina Soldier Numbero one’ noemen, maar zolang de omgeving daar niet in mee gaat is de bijnaam niet officieel. Kennen jullie Mike, die loser van Jersey Shore (lang geleden) nog? Die gozer betitelde zichzelf te pas en te onpas als ‘The Situation’, doelend op zijn anabolen-sportschool fysiek, maar er was niemand in die show die in al die seizoenen als hij kwam binnenlopen maar zei: ‘Hey! Daar heb je Mikie, the Situation. Hoe gaat ie, Situation? Nog verder iets gesituate verder? Heyyy, wie is de enige Situation? Dat ben jij eh? Ja! Dat ben jij eh!’ Zeker niet, ze dachten alleen maar: ‘Oh, daar heb je die droeftoeter weer, die ongelooflijk zelfingenomen kwal. Ik hoop dat ze van de productie iets in z’n thee gooien en dat hij daarna nooit meer opstaat’. Want dat heb je, als je het zelf wil forceren. Dat vinden de mensen niet leuk. Alleen Lil Doekoe kan en mag dat.
Dus je moet het van de omgeving hebben en die omgeving is in vele gevallen niet zo creatief. Vaak worden mensen aangesproken bij hun achternaam, zoals Goes. Daarom heet hij ook Goes. Net zoals Saks, Spies en Kraakie. Maar hoe zou het zijn geweest als Goes Vlissingen geheten had? Werd hij dan ook Vlissingen genoemd? Of was het dan gewoon: ‘Hey, Paardelul!’ Gepaard met het joviale vingertje.
Dat gezegd hebbende zijn dieren nog onverminderd populair in ons team. Vraag dat maar aan Slak, Eend, Raaf, Buffel, Pup, Pins en Larry (de Lobster). Ook uiterlijke kenmerken (Kale, Lange en Jimmy Neutron) doen het vaak goed. Of de naam verbasteren in een manier waarop mensen nu eenmaal je naam liever uitspreken (Nelus, Tini, Bieboe, Bengt met een ‘T’, El) passeren de revue nog regelmatig. Bij veel teamgenoten voelt het uitspreken van de geboortenaam nogal crue en ongemakkelijk, en in het ergste geval ben ik ze vergeten. Want als je het maar lang genoeg doordraaft eist de bijnaam de rol van hoofdnaam op. En dan wordt het toch tijd om naar het gemeentehuis te gaan en je naam officieel te veranderen in:
Lil Doekoe
