Parkhout 6 en de beslissende voetbalwedstrijd pt 4 – Here comes the sun .

Een chef met zweetdruppels op het voorhoofd staat boven een grote wokpan, waar hij schaaldieren, rijst en exotische groenten op hoog vuur aan het bereiden is. ‘Juan Juan, nasaan na ang batang sopas na iyon! Anong ginagawa mo boy!’ roept hij. Een jonge knaap met een schort om komt in lichte paniek met een kop warme soep in zijn handen aangesneld, die hij vervolgens op de uitgiftebalie zet. ‘Pasensya na sir, nasa pugad ako kasama ang mga iguana. Sa palagay ko ito ay mag-aapoy!’ geeft hij bij zijn chef schuldbewust aan. ‘Tingnan mo, hindi natin kayang hintayin ang ating panauhin!’ wordt er door de chefkok door de bloedverziekend hete keuken naar zijn pupil gegooid. Vervolgens drukt hij op de bel die op de counter staat. TING
De kop soep wordt door een serveerster opgepakt en meegenomen richting haar bestemming. Ze baant zich een weg tussen de ventilatoren die nooit uitstaan, de tafeltjes die nooit leeg zijn en als ze eenmaal buiten is, staat ze onder een zon die maar nooit onder lijkt te gaan. ‘Staff, mainit na tsaa, kawani!’ roept ze luid. Het is druk in het restaurant, de gasten vermaken zich met een fles rum, een spel kaarten en in veel gevallen een bord gefrituurde rijst of vis. Op de achtergrond kunnen ze de golven van de zee horen, zolang het niet wordt overstemd door twee mensen bij de karaokeset, waarvan één tengere lange blanke die onsamenhangend in zijn iPhone aan het brabbelen is, en een andere jonge dame met beugel die fanatiek een poging doet om ‘Oops I Did It Again’ van Britney Spears te zingen. ‘Zuh houwuh hier in dit deel van de wereld ook van lekker zingeh en roesjes pakken. Eigenlijk zijn wij helemaal niet zo versgillend wittewel!’ vertelt hij zijn publiek met zijn iPhone bij de mond.
De serveerster hoort het aan en loopt met de kop soep aan het einde van het terras via een kralengordijn een aparte ruimte in, waar ze een getatoeëerde kerel op zijn buik op een massagebank ziet liggen. Bij zijn voeten staat een vrouw aan zijn tenen te trekken, een tweede vrouw loopt over zijn rug heen. De serveerster legt de kop soep op het tafeltje naast hem. ‘Salamat Sofia!’ bedankt de man haar, gevolgd door een hevige ‘AAAH YEAH THAT’S GREAT, FUCK YEAH IT FEELS GOOD.’ De dame staat nu op zijn schouderbladen en dat bevalt hem allerbest. ‘CAME ONNN, FACK OFF!’ kreunt hij het uit. Op het tafeltje naast hem staat een telefoon die overgaat. De man neemt op.
‘Yea, who this?’ Het blijft even stil aan de andere kant. ‘Yo, who is this?’ ‘Yooo, yoooo!’ hoort hij zowaar een bekende stem zich ontrafelen. ‘I found you, man! I found you!’ klinkt het enthousiast. ‘What are you talking about?’ vraagt hij zich nu wat ernstig af. ‘Hey man, don’t act like you don’t know me anymore, dawg! We need you!’ ‘I don’t know you!’ berispt hij de ontvanger aan de andere kant en hij hangt de hoorn erop. ‘Fookin hell,’ mompelt hij nog wat. Maar de telefoon gaat weer en hij kan zich niet weerhouden om hem op te pakken. ‘McKlure’s mennn, come on. Don’t act like this. We need you!’ ‘Hey, you are calling the wrong person, buddy, I don’t know any McKlure’s!’ en hij hangt agressief op. De masseuses kijken elkaar wat verbouwereerd aan, er is vast iets aan de hand. Geïrriteerd staat hij op en loopt naar buiten, het strand op. De soep begint inmiddels koud te worden.
Door wie is hij zojuist gebeld? Hoe hebben ze hem kunnen vinden? Hij heeft wel een vermoeden, maar hij hoopt dat dit niet terecht is. Hij loopt over het strand en kijkt even uit over de zee. Wat een leven dit, hier kan hij toch nooit afscheid van nemen? Hij is hier inmiddels al zo lang… De zon gaat langzaam onder en hij besluit zijn favoriete bar op te zoeken. Daar bestelt hij een Red Horse en gaat even de WC naar binnen, waar hij het urinair vol pist. ‘Aaaah, dit is het leven,’ bedenkt hij zich. Hij kalmeert wat wanneer hij zich beseft dat hij simpelweg onvindbaar is. Zijn verleden ligt achter hem. Hij spoelt zijn handen af en pakt een doekje uit de dispenser. Net als hij het doekje wilt weggooien, ziet hij tot zijn grote verbazing er een tekst op staan: ‘McKlure’s, Call Me,’ met een telefoonnummer erbij. Geschrokken gooit hij het doekje weg en reikt voor een nieuwe, maar ook hierop dezelfde tekst. Op alle doekjes die hij pakt, staat ‘McKlure’s, Call Me,’ met steeds hetzelfde telefoonnummer. ‘Wat gebeurt hier!’ Zwetend en in paniek rent hij de WC uit waar hij direct tegen een dame in uniform en een rode band om haar arm opbotst. ‘Sir, phone call for you,’ maant ze streng, en ze reikt hem een telefoon aan. Op de achtergrond klinkt nog steeds het rumoer van een gezellige avond. De man kijkt de vrouw indringend aan. Boven haar hangt een bord met ‘FreshCunts – The Cuntiest Karaoke of El Nido,’ valt hem nu op. ‘Dwarf fight 22 August, 500.000 PHP.’ Trillend pakt hij de telefoon aan en legt hem aan het oor. ‘McKlure’s! Ha ha ha Haaaaaa! It’s time to come home, my Irish friend. We need you more than ever!’ Hij slaakt een diepe zucht, alsof hij zich gewonnen geeft…. ‘Tito, how are you doing?’
‘Ja en nou gericht schieten, ja! Ja, gericht schieten. Dus niet als een klapmongool zo hard mogelijk door het midden, maar probeer eens gewoon de hoek te zoeken! Als je hem namelijk in de hoek schiet, kan de keeper er misschien niet bij. En zo kun je dan scoren! Maar jullie schieten allemaal alsof jullie nog nooit tegen een bal getrapt hebben. Zelfs een zak drop van de Jamin kan nog beter schieten dan jullie! Horen jullie dit voor het eerst of zo?’ Het is woensdagavond en het team van Parkhout 6 staat na een lang seizoen zonder voetbal voor het eerst weer met elkaar op het trainingsveld. Trainer Tito is bezig aan de zoveelste tirade van de avond. ‘We gaan het nu weer proberen, maar de eerste die de bal in de handen van Nelus schiet, mag gaan douchen!’
De training wordt hervat en de trainer lijkt zijn spelers niet meer te herkennen. ‘Olivier, douchen! Japie, douchen! Bengt, douchen! Den Ouden, douchen! Met je bloedkop!’ ‘Oke maar trainer, met welk deel van mijn schoen moet ik dan schieten?’ vraagt Koen. ‘Jezus,’ zucht Tito, ‘ga jij ook maar douchen. Ga allemaal maar douchen! Jullie kunnen er geen houtje touwtje meer van.’ ‘De douches zijn dicht,’ merkt Mareno op. ‘Hoe kan ik dan gaan douchen?’ ‘Misschien zijn de honken op het oude Geinoord open?’ vraagt Brandon zich af. ‘Ik heb toch niet gezweet,’ geeft Danny aan. ‘Ik douche wel thuis.’ ‘Ja, geldt ook wel voor mij,’ concluderen veel spelers. ‘We zijn net 5 minuten bezig geloof ik. En thuis heb ik gewoon een bad, dus wat doe ik hier nog?’ geeft Tommy aan. ‘Sinds wanneer heb jij een bad?’ vraagt Fabio. ‘Ja, een paar maanden nu, laten doen door Molenaar. Dacht, kan wel nu we toch geen tijd meer aan voetballen kwijt zijn, net zo goed even nieuw bad nemen, weet je wel. Eigenlijk mis ik het voetbal totaal niet. En die trainer met z’n gore teringmuil ook niet.’ Geschrokken valt hij stil. ‘Oh shit, zou die me gehoord hebben?’
Tito kijkt even richting zijn spelersgroep, die spontaan beginnen te zwaaien. ‘We gaan lekker douchen hoor, trainer! We houden van je!’ wordt hem door zijn jongens op het hart gedrukt. Tito besluit om het niet meer aan te horen en strompelt naar de dug-out om, ondanks het feit dat hij inmiddels zes maanden gestopt is, een peuk op te steken. ‘Dit wordt helemaal niets,’ mompelt hij in zichzelf. ‘Die licentie zijn we kwijt.’ Hij blijft even roerloos voor zich uitstaren, totdat Tim de Cler naast hem plaatsneemt.
‘Gaat best wel lekker, hè trainer,’ zegt hij met een glimlach. ‘Althans, ik vond het bij mij best wel lekker gaan. Bij de rest niet, die bakken er helemaal niets van. Ik denk dat je mij tegen Kloosterzande het beste op nummer 10, net achter de spits, kan zetten. In een vrije rol. Kan ik lekker mijn ding doen.’ Tito kijkt hem teleurgesteld aan. ‘Tim, ik waardeer het echt dat je ons komt helpen met deze wedstrijd. Maar ik heb ook jou geen bal fatsoenlijk in de hoek zien schieten en jij bent zestien jaar lang prof geweest.’ ‘Je hebt gelijk, trainer. Maar zet mij op de 10 en ik ga het je terugbetalen. En maak mij ook gelijk aanvoerder.’ ‘Ik zal erover nadenken,’ verzucht Tito hem terwijl hij zijn tranen bedwingt. De Cler loopt tevreden weg. Tito pakt zijn telefoon erbij en scrollt een beetje op de socials.
Onder zijn laatste post heel veel commentaar van fans. Reacties zoals ‘Tito is finito’ of ‘You’re getting sacked in the morning’ zijn geen uitzonderingen. In zijn DM’s zitten een paar doodsbedreigingen, maar zo gaat dat nou al een paar maanden, dus hij is eraan gewend. Een appje van Laers, die nog in Zeeland verblijft tot de jongens de oefenpot tegen Kloosterzande komen spelen, komt binnen. ‘Hoe gaat het met het team? Zijn de boys een beetje fit?’ Tito pakt een zakdoekje en snuit zijn neus. ‘Topfit maatje + zonnebril emoji + gebalde vuist emoji,’ stuurt hij terug. Hij stopt zijn telefoon in zijn zak, pakt een grote stok die er op de grond ligt en strompelt ermee naar de rand van het veld achter het doel, waar zeven ballen naast elkaar in de sloot liggen. Futloos vist hij de ballen één voor één uit de sloot, waarna hij nog een tijdje roerloos voor zich uit staart. De zon in Nieuwegein gaat langzaam onder.
De Nieuwegeinse zon… De mooiste zon van de wereld, zegt men weleens. Althans, dat hadden ze hem een keer op Hawaii verteld tijdens een HR-borrel. Die zon op Hawaii was mooi, gaven ze toe, maar die Nieuwegeinse zon was toch echt van een ander niveau. Of hij ooit van Nieuwegein gehoord had? Nee, maar hij droomde al zijn leven lang van een land ver weg. Hij had Hawaii inmiddels wel gezien en hij geloofde het wel. Hij zocht avontuur. Hij zocht spanning. En hij zocht schoonheid. ‘Och die Nieuwegeinse zon. Van allerhande landen komen ze naar de Nieuwegeinse zon kijken,’ hoort hij ze nog zeggen. Hij ziet zichzelf nog steeds zitten, als jonge jeugdtrainer van 26. Kwetsbaar en naïef als hij was. ‘Vooral als hij onder gaat… prachtig. En dan met dat landschap, de Lek en de uitvaarten erbij. Ronduit schitterend!’ Dat heeft hem ooit over de streep getrokken hierheen te komen, maar eenmaal in Nederland aangekomen viel het eigenlijk wel tegen. Tito aanschouwt nu die Nieuwegeinse zon, terwijl hij stilletjes zijn hopeloze lot mentaal probeert te omarmen. ‘Ik ben echt de lul,’ denkt hij. En opeens… BOEM BOEM BOEM. Een paar harde knallen klinken vanuit de parkeerplaats. ‘K-Z- HOOL-I-GANS! K-Z HOO-LI GANS!’ klinkt het, gevolgd door nog een salvo explosies.
Wordt vervolgd
