Nadat wij het zeer teleurstellende nieuws hebben ontvangen dat Parkhout Brederodes niet doorgaat zijn we in Noordwesten van Griekenland opgedoken voor een verhit potje in Agrinio: de David Panetolikos neemt het vanavond in een regenachtig Panetolikos Stadium op tegen Goliath Panathinaikos uit Athene. Vanaf de lange zijde zijn wij, na een heerlijk diner bij Pepe Rosso, fanatiek toeschouwer. De plaatselijke Griekse bevolking van het dunbevolkte Agrinio kijkt toch wat vreemd op als zij zeven bleekscheten hun stadion zien binnenlopen, maar kunnen de support wel waarderen. Voetbal is immers een universele taal, en zolang je de juiste kleuren draagt ben je al gauw binnen.

Eerder deze dag neem ik, in het land van Zeus, Poseidon, Charisteas en Mythos, een duik in de Ionische Zee. Daarna zie ik vanaf mijn strandbedje die andere Griekse God Ajax met de Grote Filosoof John Heitingos stuntelen tegen NAC. Ik staar wat naar de bergen achter Paleros en vraag me af hoe dat uit bij Marseille moet gaan. Ondertussen hoor ik de plaatselijke groenteboer in een bestelbus zijn huidige voorraad tomaten door een megafoon schreeuwen. Rechts van mij smeert iemand z’n gezicht in met Tzatziki.  Ik bestel nog een Zombies; het leven is goed. We zijn hier nog een week; nog even die laatste zonnestralen pakken voordat we in ons thuisland de herfst in gaan.

Het grote Panathinaikos komt dus op bezoek en dat is toch wel een beetje het Ajax van Griekenland. Het is logisch dat de fans van Panetolikos tot de tanden bewapend zijn en dat een winst vandaag dubbel telt. Wij komen in een regenachtig accomodatie op rij 10 van de lange zijde, in de hoek van het stadion, terecht. Naast mij zit een handjevol politiemensen naar de wedstrijd te kijken. Rechts schuin tegenover ons staat de harde kern van Panetolikos onophoudelijk te zingen. Tegenover ons zien wij een lange zijde onder verbouwing en waar geen tegenschouwers zijn. De korte zijde links van ons is een groot reclamebord. Of een groot normaal bord. Het is in ieder geval een bord en daar zit dus, afgezien van een stel vliegen, niemand. Wij zitten tussen een paar duizend bloedfanatieke grieken naar de wedstrijd te gluren en deze zijn, op 1 supporter na, allemaal voor Panetolikos: er zijn geen uitsupporters aanwezig. Tijdens de wedstrijd klinkt door de stadionspeaker op willekeurige momenten een luide scheepshoorn/toeter die voor een versterkte Vuvuzela moet doorgaan. Waarschijnlijk om het publiek op te zwepen, maar het is vooral bloedirritant. Laat de sfeer maar aan de harde kern van Panetolikos over, die in hun blauw gele kleuren  onophoudelijk kabaal blijven maken.

De wedstrijd is hoe je het vooraf zal verwachten: Panathinaikos heeft de bal, Panetolikos komt er af en toe aardig uit. Dit leidt na 20 minuten tot een handsbal en een penalty voor de thuisclub, die binnen wordt geschoten: 1-0 voor. De Griekse fans en hun Nederlandse gasten gaan uit hun dak. Met deze voorsprong gaan we ook de rust in.

Tijdens de rust doen wij een eigenaardige constatering: niemand in dit stadion drinkt pils. Zou dit verboden zijn zoals in Engeland? Hoe dan ook laten wij ons niet uit het veld slaan en sturen we een paar verkenners op pad om bier te halen. Een paar minuten later komen ze terug met zeven cappuccinos met dichte deksel. ‘Koffietje?’ Biedt Jorn mij aan. Naast mij zit nog steeds dat handjevol agenten. Ik neem een slok van de koffie en ben aangenaam verrast: ‘Dit is verdomd lekkere koffie’, denk ik. Het blijkt bier te zijn.

Wij gaan als een groepje 15 jarige meiden met een Starbucks beker in de hand de tweede helft in. Panetolikos houdt, ondanks de matige spits, knap stand. De verdediging is vrij solide, ze hebben een leuke 10 (een soort Giovinco), en ze hebben een spits die in mijn ogen David Min en Tabakovic van de troon heeft gestoten als slechtste nummer 9 die ik ooit live heb zien spelen. Na zestig minuten besluit de trainer hem uit zijn lijden te verlossen. Bij de tegenstander Panathinaikos speelt een grote jongen met de naam Renato Sanchez, maar die zit tot deze minuut op de bank. Op het moment dat hij invalt kantelt de wedstrijd. Je ziet aan alles dat hij onder zijn niveau speelt: vanuit de 10 positie weet hij constant weg te draaien, mannetje uit te kappen en de vrije man te vinden. Vaak is dat de nummer 10 Tete die vanaf de rechtsbuiten naar binnen dreigt en hem vervolgens aan de opstomende rechtsback meegeeft die de bal voorzet.

Dezelfde nummer 10 maakt halverwege de tweede helft de 1-1 en het thuispubliek valt stil. Behalve een jochie van ongeveer 8 jaar oud in een Panathinaikos trui, die vervolgens door een volwassen vent achter hem helemaal verrot wordt gescholden. Deze gast was sowieso al de hele wedstrijd alles en iedereen voor Malaka aan het uitmaken en blijkbaar maakt hij geen onderscheid in leeftijd. Ons werd al door onze maat Jorgos in zijn restaurant Sirtaki op het hart gedrukt om vooral niet in het groen naar het stadion te gaan. Die Grieken schenen op voetbalgebied niet te sporen. Deze memo had de vader van dit jochie kennelijk gemist en het leidt bijna tot een handgemeen tussen hem en de vijande Panetolikos, totdat de Griekse politieagenten naast mij hun enige loopactie van de avond maken en er tussenspringen. ‘Bekhouden en zitten blijven’ vang ik in het Grieks op. Er sneuvelen een paar borden en daarna keert de rust weer terug. 

Het stadion leeft op als net voor tijd de 2-1 door Panetolikos wordt binnengekopt. Het publiek wordt gek en wij vallen onze gastheren dolgelukkig in de armen. ‘Dit wordt mijn nieuwe club’ zeg ik tegen mezelf. Ik zie mezelf al een seizoenkaart Panetolikos kopen en hier om de twee weken naartoe vliegen. Ik zie mezelf tussen de harde kern fakkels het veld opgooien. Ik zie mezelf 8 jarige jochies in een voetbalshirt dat mij niet aanstaat helemaal verrot schelden. Helaas wordt het doelpunt afgekeurd wegens buitenspel. Deze scheidsrechter moet oppassen als hij vanavond naar zijn auto loopt, schat ik zo in. Het gaat van kwaad tot erger als Panathinaikos in blessuretijd, na een voorzet van Renato, de 1-2 binnenknikt. Van jong tot oud komt richting de reling lopen nadat de doelpuntenmaker ons vak komt provoceren. Ik zie bejaarde mannen met een wandelstok en puberende jochies gebroederlijk de matchwinner voor rotte vis uitmaken. Hier zit zeker geen Aristoteles tussen. Daarna druipen ze geruisloos af. Het zit erop en de thuisclub verliest 1-2. Wij vervolgen onze weg richting Paleros voor een ijskoude Mythos en een potje Pool.