De december XXL edition

Het is 1889 en er vaart, in de schemer van de avond, een baggerschip richting haar bestemming. Onder de oksel van het huidige knooppunt Everdingen, in het hart van het land, stroomt een rivier nog imposanter dan de Amazone, nog magischer dan de Ganges en uitgerekter dan de Missisipi. De bewoners in dit gebied noemen dit de Lek, afgeleid van het middeleeuwse woord ‘Loccham’, dat weer een verbastering is van het Latijnse ‘Laers’. We horen een stem vanuit de kajuit: ‘Hey Adolfus, ik begin eigenlijk behoorlijke trek te krijgen!’. ‘Anders ik wel Dirk! Laten we kijken of we ergens kunnen aanmeren’. Het is stil op de rivier, je kunt er de bagger tegen de plinten horen klotsen. Ze komen in een gebied waar op weerszijden van de oever, achter de dijken, een dorpje ligt. Ze zien aan stuurboordszijde de bewoners van het het gehucht langzaam hun hutjes uit komen en naar de oever strompelen. Ze dragen fakkels en lopen in prehistorische lappen kledij; alsof de tijd hier sinds de vroege middeleeuwen heeft stilgestaan, en ze de Rennaisance, de Industriële revolutie en andere springplanken naar moderniteit gemist hebben. Intimiderend staren ze naar de twee schippers. Wie zullen dat zijn? Boodschappers van God of soldaten van de duivel? Onsamenhangende kreten klinken vanaf de oever: ‘Oenga Boenga, Oenga Boenga!’, schreeuwen ze naar de nogal verbijsterde schippers, terwijl ze met speren en uitwerpselen richting het schip gooien. ‘Wegwezen hier Adolfus’, geeft Dirk aan  en met een ruk aan het sturen varen ze richting bakboordszijde, naar het vredig uitziende dorp aan de overkant.

Daar stuiten ze op een dichte Sluis, waar de sluiswachter de schippers vraagt wie zij zijn. ‘Wij zijn Adolfus en Dirk en wij komen hier baggeren!’ ‘Ah fantastisch zeg, kom binnen’ aldus de man in het hokje. ‘Mijn naam is Bengt, Bengt van de Sluis’. En nadat de sluizen opengaan wanen de schippers zich in een sprookjesachtig decor. Een prachtig dorp doemt als een soort wereld van Narnia achter de sluisdeuren op. Er zijn restaurants, cafes, kroegen, bomen, bruggen, aangemeerde pieremegoggels, bordelen, molens, kerken en bovenal: het bruist er van de mensen. Ze zien rokende zeelui, koopmannen in een driedelig pak, spelende kinderen met bal, jonkvrouwen met paraplus, Zandhappers en meer. Bovendien is het overal schoon. Ze varen even door en dan zien zij, als een soort fata morgana, een plek waar zij kunnen eten: ‘EETGELEGENHEID KUSADASHI: Ottomaanse gerechten voor bij de pijp’, lezen ze op de luifel. Ze besluiten naar binnen te gaan en banen zich een weg door de met rook voltrokken ruimte richting de bar voorin, waar ze de kelner vragen waar ze zijn. ‘Oh meneer, kent u het hier niet? U bent hier in Vreeswyck, Het Beloofde Land. Mijn naam is Adamius. Neem lekker plaats en steek een pijp op, dan kom ik er zo aan.’

Dit dorp staat aan het begin van een ware revolutie, want in 1926 wordt een eigen voetbalvereniging opgericht: VSV Vreeswijk. Ze besluiten in de uiterwaarden van de Lek langs het water, hun wedstrijden te voetballen en sluiten een contract af met Derbystar voor 783 nieuwe ballen per seizoen. Vreeswijk wordt zo succesvol dat ze in 1969 naar sportcomplex Helmkruid met balkon en golfplaten dak incluis verhuizen. In 2000 na Christus schrijft daar een jongen van 5 jaar oud, een immigrant uit Hawaii, zich in bij de vereniging. Het blijkt het begin van iets moois. Het kind heet Tito en is naar Nederland gekomen met maar 1 doel: Kampioen worden in de vijfde klasse als trainer van zijn vriendenteam. Hij gaat voortvarend van start en doorloopt alle jeugdteams en selectie elftallen. Hij speelt zelfs een paar seizoenen in het eerste elftal om vervolgens het tot assistent coach van Zwaluwe 1 te schoppen. Maar Tito is inmiddels volwassen en is zijn grote droom nooit vergeten. Daarnaast heeft zijn vriendenteam heeft hem nodig, dus hij besluit om trainer te worden. En nu, december 2025, zoveel jaar trainen, weet Tito na het 1e kwartaal al dat het wederom dit seizoen niet gaat lukken zijn droom waar te maken.

Het eerste kwart begint zo goed; waarbij het team zich plaatst voor de volgende ronde van de beker en tevens met een zwaarbevochten 4-3 zege doorgaan naar de volgende ronde. Maar in de competitie bakken ze er geen hout van en ze verliezen thuis kansloos met 0-4 van JSV, die al hun doelpunten in het eerste kwart scoren. Vervolgens spelen ze een goede eerste helft tegen IJFC om daarna met 7-1 ingemaakt te worden. Ondertussen hebben ze ook met 3-1 van Focus verloren en bungelen ze ergens onderaan. Onze sterspeler Koen von Angelen neemt van de ellende afscheid van het zaterdagvoetbal en hangt voorlopig de kicksen aan de wilgen. Het zijn nogal wat klappen voor het team, maar dan komt de wedstrijd tegen Lopik. Zij willen de wedstrijd graag verzetten omdat ze te weinig man hebben, maar waar Lopik obstakels ziet, ziet Vreeswijk kansen. De wedstrijd gaat gespeeld worden en het zal uitmonden in een echte degradatiekraker: in Cockburnspath en omgeving noemen ze dit affiche niet voor niets de ‘The Battle of the Bottelers’.

Vreeswijk scoort 1-0, maar het wordt al snel 1-1, en na de rust wordt het 1-2 en 1-3. Vreeswijk gaat ook deze pot verliezen. Maar wij vergeten de droom van onze trainer niet, wij geven niet op, wij zijn Vreeswijkers en Zandhappers. En zandhappers geven niet op. En met deze geest draaien wij die pot helemaal om met drie nieuwe goals, waarvan allen met de voorkop. Grandioos! Wat nou minder koppen KNVB? Wat denkte gij wel, wij gaan tegenwoordig alles pompen en niets meer over de grond! Pompen op die bakkes tot licht hersenletsel aan toe! De eerste overwinning van de competitie is een feit en de droom van Tito leeft, tot we op bezoek gaan bij De Voetbal Sport Uit (Utrecht).

Daar gaan we met man en macht op zoek naar zo’n lichtpuntje en een nieuwe reden om het leven nog even voort te zetten. Als deze verloren zou gaan gaan menigeen de derde helft op de Viaanse brug vieren, wordt er verkondigt. ‘De Steaks are High’ (vertaling: de steaks zijn hoog: vertaling; het is een belangrijke wedstrijd). Tito ziet met leden ogen aan hoe zijn team weer met 3 1 achter komt. Alhoewel hij net weer terug is van drie weken Vietnam kijkt hij op Skyscanner alweer naar tickets voor zijn volgende trip. Doet me denken aan mijn oude rijinstructeur die 4 keer per jaar naar Curacao ging omdat hij het werk te intensief vond. Tito is ook een rijinstructeur; in een kapotte Fiat Multipla met een Oesbeekse leerling zonder ogen.

Wij zien vanaf het veld onze trainer hevig zijn laatste vrije dagen opnemen en beseffen dat het roer weer om moet. We komen terug op 2 3 en scoren in de laatste minuut die oh zo belangrijke gelijkmaker, maar de grens vlagt hem af. Balend lopen wij naar het honk waar Danny ons verteld dat hij een tweede kind krijgt. En dat is ons lichtpuntje, onze reden om verder te gaan. Het tweede kind van Danny geeft de burger moed en hoop. Een week later doet onze Buffel er een schepje bovenop en kondigt de geboorte van zijn 1e kind aan. Daarnaast zitten Laers en Kevin op het vinketouw. Daarom gaan we, voor al die baby’s, toch nog alles geven om ons kalenderjaar positief af te sluiten tegen JSV, voor de 2e ronde van de beker. Want hoe slecht het in de competitie gaat, zo goed gaat het in de beker. We weten met het nodige kunst- en vliegwerk, een beetje geluk en bovenal uitstekend keeperswerk van Nelus ook deze pot met 1-2 te winnen.

We komen vroeg met 0-2 op voorsprong en daarna is het vooral tegengehouden. Jsv komt meerdere keren in een 1 op 1 situatie en hadden er met gemak vijf in kunnen schieten, maar Nelus is keer op keer als een Casillas snel zijn doel uit en weet meerdere inzetten van dichtbij te pareren (Robben wk finale 2010 inzetten). Even lijkt het erop dat hij met een blessure naar de kant moet, maar hij blijft stug doorkeepen en het doel schoonhouden. Iedere keeper heeft weleens dat hij zo lekker in de wedstrijd zit dat hij voelt dat er vandaag niets bij hem in gaat, en dit was zo’n dag. Nelus was niet te kloppen (afgezien van dat enige tegendoelpunt). Verder hebben we gebuffeld als leeuwen (of buffels) en gestreden voor iedere meter, en als beloning gaan wij weer verder in de beker. Toch nog een prestatie waar wij positief op terug kunnen kijken. Laten we het lekker doortrekken naar de rest van het seizoen. No Surrender forever!