S.V. Parkhout en de beslissende voetbalwedstrijd – A short story by de Molesss (PT.1 – De Zeeuwsche Schavuyt)
13 november 2023

Het is een gure oktoberavond en het jaar is 2024. In het dorpscafé van het Zeeuwse plaatsje Hontenisse is een oudere man in de hoek van het café met de uitbater van het etablissement in conclaaf. Buiten waait het hard en het regent behoorlijk, maar dat is het normale weerpatroon voor deze tijd en deze regio. Daarom zoekt men elkander hier binnen in café de ‘Zeeuwsche Schavuyt’ op, want hier is het rumoerig en gezellig. Er is een podium waar de Zeeuwse Frank Sinatra onder begeleiding van een accordeonpartij zijn meest recente repertoire zingt, en op het meubilair staan de jonkvrouwen, al rokend, meeslepend te dansen. Dit is geen café voor de zwakkelingen, nee zeker niet. Dit is een café voor de proleten, de matrozen, het gajes, de bikers, het geteisem, doodgewone plebejers en Jan met de Pet. Jan met de Pet zit letterlijk in het hoekje van het etablissement met naast hem een net vol met mosselen; zijn vangst na een dag ploeteren op de Noordzee. Jan met de Pet is kapitein van zijn eigen vissersbootje en draagt steevast met trots zijn kapteinspet. De beste man is al dronken en pocht richting de uitbater over zijn opbrengst: ‘Ik luste nog hraag een stuute mie stropievet!’ en steekt, ondanks het rookverbod, zijn pijp binnen aan. De uitbater kijkt er niet van op, ook hij lapt stelselmatig de regels aan zijn laars. Hier binnen hebben ze schijt aan de regeltjes vanuit Middelburg, en al helemaal vanuit Den Haag. ‘Hie bin t ‘r vroeg bie’, knikt de uitbater. ‘D’a moge m’n hroâs op weze’. De visser kijkt minachtend naar zijn gesprekspartner. ‘Hi toch oepelen jo, gek, ’t is een teamsport!’
Plots klapt de houten deur open en de gasten vallen stil. In de deuropening staat een blonde jongeman in een prachtige donkerblauwe Parkhout-hoody en bijpassende pet, voor de aanwezigen nog verborgen in de schaduw. ‘Wie is dat? vraagt de eigenaar van het café. Hij grijpt langzaam naar zijn shotgun die, in geval van nood, achter de bar ligt. Waat mut daa hier?! Verklaer je naeder,vreemd’ling! Of je kan een schot haegel kriegen, jij mag kiezen!’. ‘Ik kom in vrede’, zegt de jongeman kalm, en hij neemt zijn pet af. ‘Ik ben van hier, goed vollek’, vertelt hij. De uitbater kijkt eens goed en ziet nu wie er tegenover hem staat: ‘Laers!’ Zijn ernstige blikt vervaagt onmiddellijk en hij nodigt zijn nieuwste gast geënthousiasmeerd uit om binnen aan z’n bar te komen zitten. De twee schudden elkaar een nuchtere Zeeuwse handdruk. ‘Kom zitten, kom zitten! Wat kan ik voor je inschenken, verlor’n zoon?’ ‘Een Brugse Zot van de tap’, antwoordt Lars koeltjes. ‘Shaken, not stirred’.
Hij heeft een lange weg afgelegd om hier te komen. Vanmorgen is hij met slechts een tandenborstel, een stapel onderbroeken en een extra Parkhout-hoody met de trein en de bus richting het zuiden, het beloofde land, zijn roots achterna gereisd. Hij is getogen in Nieuwegein, maar zijn hart verlangt, zoals iedere Zeeuw, permanent naar de zee, de wind, mosselen, Blof en de Westerschelde. Dit is het walhalla; weg van de Randstedelijke sores zoals asielquota, hoogbouw en vuurwerkverboden. Hier zijn de mensen nog echt vrij en hebben ze andere dingen aan hun hoofd, zoals het dagelijkse gevecht tegen het water en de regionale garnalenverkoop. Even verderop ligt Goes, de stad die naar zijn maat en tevens teamgenoot, Wesley Goes, vernoemd is. Op loopafstand ligt voetbalvereniging Kloosterzande en op 5km fietsen ligt het strand waar Danny Vera z’n eerste gitaar heeft gevonden. Maar Lars is hier niet alleen voor de makreel bij de koffie, of om sentimenteel met ‘Rollercoaster’ mee te blèren. Hij is hier op een missie.
‘Zo Lars, wat brengt jou helemaal hierzo?’ vraagt de café-eigenaar, genaamd Gilbert, van achter de bar. Lars buigt zich indringend richting de man en fluistert zachtjes. ‘Je moet me met de voorzitter van Kloosterzande in contact brengen’. Gilbert schrikt zich een hoedje en spuugt z’n hete koffie over de vloer uit. ‘Huh… wat vraag je me nu?!.. watehhh… waarvoorehhh… hoezo? Hij is zichtbaar geschrokken van dit verzoek, wetende dat Lars zich op glad ijs begeeft door het alleen maar te vragen. ‘Ons voetbalteam heeft kostte wat het kost een wedstrijd nodig, anders wordt onze licentie ingetrokken. Met andere woorden, dan is er geen Parkhout 6 meer en moeten we gaan korfballen!’, legt Lars, met lichte paniek in het gellat, uit. Gilbert luistert aandachtig. Lars vervolgt: ‘Luister goed vrind.

‘Het begon allemaal vorig seizoen in het najaar van 2023. Tito werd trainer en we haalden in de eerste vijf wedstrijden 10 punten, mooie uitgangspositie voor een plekje in de sub-top van onze competitie. Na de uitwedstrijd tegen de Hyenas zaten we op roze wolk waar we niet af wilden komen, iedere zaterdag was het La Cucarracha’. Lars zijn toon wordt serieuzer. ‘Maar met het succes kwamen helaas ook de zorgen. Al snel werden de wedstrijden tegen SCH en Vriendenschaar afgelast en de rest die daarop volgden. Teams leken niet meer tegen ons te willen spelen, we wisten niet of het door Raaf of door onze resultaten kwam, maar alles werd afgelast. Hierdoor moesten we, om op peil te blijven, vijf zaterdagen achter elkaar tegen het team van Kevin oefenen. De jongens hebben zoveel moeten applaudisseren dat ze aan hun polsen geblesseerd raakten. De weken erna hebben we maar allemaal jongens met het team van Barref laten meedoen, maar ook dat was het niet. Ze hebben zo vaak met het team van Barref meegedaan dat ze op een gegeven moment het team van Barref werden. Ze wisten niet meer bij welk team ze hoorden en raakten mentaal in de knoop. Sommige jongen kwamen met een burn-out en stemmen in het hoofd thuis te zitten’. ‘Oh, wat erg’, reageert Gilbert. Lars neemt geëmotioneerd nog een slokje van zijn inmiddels doodgeslagen Brugse zot. ‘Maar daar stopte het lijden nog niet’.
‘Spies wist inmiddels een aantal oefenwedstrijden tegen de Dames – U19, Koveni en de Johan Cruijff Foundation uit het vuur te slepen, maar ook deze wedstrijden wonnen we dik, met dubbele cijfers. Het had een averechts effect, tegenstanders vonden ons te goed om tegen te spelen. Veel jongens besloten na maanden thuiszitten om vader te worden en zeiden het voetballen vaarwel, de selectie dunde uit. De voetbalvaders kwamen niet meer, het gemiddeld aantal toeschouwers liep terug van 8 naar 2, een nieuw diepterecord. Als we in de kantine zaten werden we door de andere leden minachtend aangekeken en het personeel spuugde op onze broodjes bal. De voorzitter kwam bij onze aanvoerder Nelus voor de stoep staan om eieren op z’n ruit te gooien, alleen keerde weer huiswaarts toen hij besefte dat hij 13-hoog woonde. Daarna dreigde de gemeente om het Utrechtse visum van Jaap in te trekken. Als klap op de vuurpijl kregen we voor de zomer een brief van de KNVB op de mat, dat als we dit kalenderjaar geen officiële wedstrijd meer zouden spelen, ze ons team zouden opheffen!’. Lars schraapt zijn keel. ‘We hebben iedere amateurploeg in Nederland gevraagd maar niemand wilde er op ingaan. Het enige team dat er wel over na wilde denken was Kloosterzande. En vanwege mijn afkomst heeft het team mij gevraagd om met de voorzitter om de tafel te gaan zitten. Daarom ben ik hier, Gilbert. En ik heb je hulp nodig’.
Gilbert krabbelt even aan zijn hoofd. ‘Poah zeg Laers, daar vraag je me wat… Je weet dat het geen makkelijke man is om mee in contact te komme’. ‘Ik weet het’, antwoord Lars begripvol, ‘Ik weet welk gevaar er op de loer ligt. Maar het kan niet anders, het moet geregeld worden. Ik hoef alleen maar met het hem om de tafel te zitten, dat is alles’. Gilbert loopt even naar de andere kant van de bar en pakt uit een laadje een aantal dartpijlen. Inmiddels staan er al acht gasten te wachten tot ze iets kunnen bestellen, maar Gilbert geeft hen geen aandacht. ‘Kom er zo aan’, zegt hij nog nonchalant, en loopt vervolgens naar het dartbord toe waar hij een paar pijltjes begint te gooien. ‘Weet je hoe ze mij hier ook noemen Lars?’, vraagt hij tussendoor. Lars haalt zn schouders op. ‘Gilbert van Gerwen. Zo noem’n ze mij hier. Weet je ook waarom?’ ‘Euhhm geen idee’, stamelt Lars, ‘Omdat je goed kan darten?’. ‘Omdat ik nooit en te nimmer mijn pijlen gratis zal weg gooien’, verteld hij. ‘Bijzonder spreekwoord’, denkt Lars. ‘Zal wel’. Gilbert begint er een paar te gooien. ‘Hmmmm, in contact met de voorzitter van Kloosterzande komme …. hmmmm… hmmmm’, hoort Lars hem denken. ‘100,- en ik zal kijken wat ik voor je kan regelen, vriend!’ bralt hij ineens enthousiast. De deal wordt beklonken, de mannen heffen het glas. ‘Maar dat komt morgen allemaal wel, vanavond moet je je rust pakken. Morgen wordt een belangrijke dag. Vanavond is het feest’. De heren kijken vanaf de barkruk tevreden voor zich uit, tot ze weer vanaf de andere kant naar zich horen roepen: ‘Hey Gilbert! Schele rotgek! Ga je nog godverredulleme iets voor me inschenken of niee???’ Gilbert kijkt geschrokken: ‘Foute boel, het is de zoon van de burgemeester die er aan de bar staat’. ‘ Ik kan in 1 keer deze tent lat’n op doek’n als ik nu niet snel een koude IJwit in mn handen heb!’, dreigt hij. Hij slaat twee keer hard op de bar. ‘HIER KOMEN EN TAPPEN GILBERT’.
Wordt vervolgd …
