S.V Parkhout en de beslissende voetbalwedstrijd (Pt.2 – De voorzitter van Kloosterzande)
20 november 2023

‘HIER KOMEN EN TAPPEN GILBERT’, buldert de zoon van de burgemeester, genaamd Dorkville du Chatinier, luidt. Hij is de plaatselijke bullebak en is met zijn imposante 2.04 meter en Marouane Fellaini-haar een intimiderende verschijning in het Zeeuwse dorp. Hij terroriseert de regio al jaren en is zo corrupt als de neten. De plaatselijke garnalenvisserij wordt al jaren in zijn greep gehouden omdat hij alleen zijn vrienden visvergunningen verleend, waar hij de aanvragen van zijn vijanden steevast weigert. Ook eist hij ‘beveiligingsgeld’ van de plaatselijke horeca in en rondom het dorp. Als dat niet betaalt wordt komt hij met een stel bikers de boel kort en klein slaan en plundert hij de drankvoorraden. De arme ondernemers zwichtten onder deze enorme spierkracht en iedere vrijdag komt hij weer zijn wekelijkse gage innen, zo ook vanavond in de ‘Zeeuwsche Schavuyt’.
Hij steekt zn sigaret aan en kijkt intimiderend richting Gilbert, die ondertussen steeds gefrustreerder raakt. Laers staat er maar als een toeschouwer in een prachtige Parkhout hoody bij. ‘Komt er nog wat van Gilbert? Of moet ik die hele toko van je kort en klein slaan? Oh ja, en ik krijg nog geld van je. Lappen vrind. Je moet tappen en lappen. HAHA, TAPPEN EN LAPPEN, GENIAAL!’. Hij vindt zijn grapje zelf erg gevat en zijn entourage aan slijmjurken lacht uitbundig met hem mee. Inmiddels balt Gilbert langzaam zijn vuist. ‘Hey Dorkville! Stop dat geld maar lekker…. in je reet! Ik betaal helemaal nergens meer voor!’, roept hij gevat. De kroeg valt stil. ‘Wat zeg je me daar?, vraagt Dorkville en komt richting de arme uitbater lopen. ‘Kun je dat nog een keer herhalen?’. ‘Stop dat geld maar in je reet, mafkees. Ik laat me niet meer koeioneren door jou’. Vervolgens haalt hij met een harde rechter vol uit richting zijn bullebak. BAF, vol op zunne bakkes! Een groot gevecht breekt uit en zowel de posse van Dorkville als de plaatselijke cafe-gasten komen zich ermee bemoeien. Glasscherven, barkrukken en kapotte pool-keuen vliegen in het rond. ‘Maak dat je weg komt Laers!’, schreeuwt Gilbert hem toe. ‘Het is te gevaarlijk. Morgen om 12 uur bij Kloosterzande!’. Laers weet zich met moeite door de vechtende mensenmassa richting de uitgang te bewegen en kijkt in de deuropening richting zijn achtergebleven vriend. ’12 uur, Kloosterzande!’, roept Gilbert al vechtend en knokkend richting Laers. ‘Hoe laat? vraagt Laers nog. ’12 uur!’ schreeuwt Gilbert terwijl hij een leeg fust Hertog Jan richting z’n vijand gooit. ‘Wat? Ik versta je niet!’ ‘GVD 12 UUR LAERS!’, roept Gilbert, net voordat hij door een rondvliegende bierviltje op z’n oog geraakt wordt. Gilbert valt op de grond en wordt door meerdere gasten in elkaar gebeukt. NOoooooooooo ‘, roept Laers in slow-motion, maar het is te laat. Hij sprint weg richting zijn hotel.
Als Laers de volgende dag op Sportpark Kloosterzande aankomt is het druk en heerst er een gezellige boel. Hij heeft uiteraard zijn prachtige Parkhout hoody weer aangetrokken. Op het programma staat de derby tussen Kloosterzande 1 en het naburige Dakduvellensveen 1 Laers heeft voor 1 gulden 20 een kaartje moeten kopen en verkreeg daarbij 2 consumptiebonnen. Tussen de toeschouwers door zoekt hij gespannen naar zijn vriend uit de kroeg, Gilbert, in de hoop hem heelhuids aan te treffen. Het was gisteravond toch wel kantjeboofd geworden en hij heeft ’s nachts af en aan de Zeeuwse politie horen aanrijden. Het scheen flink uit de klauwen te zijn gelopen. Laers kijkt op zijn horloge: 11.55. Gilbert moet hier ergens zijn.
Maar de tijd verstrijkt en Gilbert heeft zich nog niet bij Laers gemedl. ‘Uiterst merkwaardig’, beseft Lars, zeker omdat de kroegbaas zo duidelijk was met het bevestigen van de tijd. Het wordt 12.30 en Laers besluit maar zijn consumptiebon binnen in de kantine in te wisselen. Daar wordt hij geholpen door een Zeeuwsche schone die achter de bar staat. ‘Wat kan ik voor je inschenken?’ vraagt ze. ‘Eén Brugsche Zot van de tap’ antwoordt Laers. ‘Shaken, not stirred’. Laers krijgt vanuit Zeeuws gewoonte een perfect getapt pilsje met een schuimkraag van 4 vingers dik, vergezeld met een bakje voor als je je garnalenhuid van je garnaal weg wil spugen. ‘Jij komt niet van hier eh?’, vraagt de barvrouw. ‘Dat kan ik zien aan je hoody’. Laers knikt en drinkt rustig verder. ‘Waar kom jij vandaan dan?’ vraagt ze. ‘Waar de fuck kom jij in hemelsnaam vandaan? Echt wow, vertel dan waar je verdomme vandaan komt,gast!’.’Rustig, kalm aan zeg, kifesh’, antwoordt Lars. ‘Ik kom uit Nieuwegein, uit het Noorden’. ‘Ah’ zegt ze verrast. ‘Hebben ze daar ook al vliegende auto’s?’ ‘Neen, mooie randdebiel, tuurlijk niet’ denkt Laers, maar hij besluit beleefd te reageren: ‘Nee, alleen genderneutrale toiletten’. ‘Interessant hoor, en wat brengt jou helemaal hierzo?’ ‘Ik ben op zoek naar de Voorzitter van Kloosterzande. Die schijnt hier regelmatig voor te zitten’. Het meisje veert op. ‘Dat is mijn oom! Hij is de voorzitter hier’. ‘Dan is hij degene die ik zoek’ zegt Lars.
Wat een geweldige dialoog en wat een net zo geweldig nieuws zeg, hij is nog geen twee minuten binnen of hij is zijn beoogde doelwit al op het spoor. Laers neemt een slok van het pils en kijkt eens richting de barvrouw. Zij staart terug. ‘Dussss, ga je mij nog naar hem toe brengen?’. Het barmeisje reageert opeens zeer verbolgen en zegt: ‘No, I have a boyfriend. Sorry.’ Ze loopt direct naar een andere gast. ‘Hey!schreeuwt Lars door de kantine heen. ‘Ik wil alleen je oom ontmoeten gestoorde koekwous! Breng mij naar hem!’ Het meisje loopt terug en wenkt Laers om achter haar aan te komen. ‘Maar probeer niets in je hoofd te halen Noorderling. Ik heb een vriendje. En hij is heel. Erg. Sterk’. Laers loopt achter haar aan de trap op, de gang door tot ze bij een gesloten deur komen. Het meisje klopt op de deur en vraagt met een hoge stem: ‘Oompie, je hebt bezoek uit het Noorden’. ‘Kom binnen!’ horen ze een stem vanuit een kamer zeggen.
En daar eenmaal binnen ziet Laers dan eindelijk de man waar hij al vier dagen achteraan zit. De man zit in een stoel met de rug richting de, in de deur opening staande, Laers. Hij staart uit het raam richting het hoofdveld, waar de spits van Dakduvellensveen inmiddels de 0-2 heeft binnen geknikt. ‘GODVERDOMME! ZE LATEN DIE GOZER HELEMAAL VRIJ STAAN. STELLETJE EZELS’. Laers hoort stilletjes zijn tirade aan. Daarna wordt zijn toon wat softer. ‘Zo, zo, zo Laers, je bent dus eindelijk teruggekeerd. Laers reageert koeltjes: ‘Had niet gehoeven als je gewoon even op mijn e-mails had gereageerd. Maar goed, ik ben er nu. Laten we zaken bespreken, Alwin’. De man draait zich met de stoel om en zegt enthousiast: ‘Zeker weten Laers’. Laers ziet nu wie hij voor zich heeft. De voorzitter heeft een hagel wit maatpak aan met op zijn hoofd een net zo witte hele hoge bolhoed. Hij heeft een baard en lijkt zo in de eind 50 te zijn. In zijn hand heeft hij een zakje zonnebloempitten waar hij regelmatig op zit te kauwen. Ook zijn kantoor ligt bezaaid met zonnebloempitten. ‘Wat kan ik voor je doen, knaap?’ vraagt Alwin de Voorzitter joviaal.
Laers slaat gelijk zijn vuist op tafel: ‘Wij willen een oefenwedstrijd tegen Kloosterzande, anders wordt onze licentie ingetrokken’. ‘Tuurlijk, tuurlijk, antwoordt de voorzitter. ‘Geen probleem joh, wanneer zullen we het regelen?’. ‘Wauw, denkt Laers, ‘Dit gaat wel heel soepel zeg, waarom is iedereen eigenlijk zo bang voor deze kerel?’ ‘Het liefste volgende week nog’, antwoordt Laers. ‘Ja tuurlijk, zeker kunnen we regelen!’, aldus de joviale voorzitter. ‘Maar eh Laers’, zijn toon veranderd als donderslag bij heldere hemel. ‘Wat schuift het ons?’. Lars is een beetje verbouwereerd. ‘Helemaal niks vriend, watsmis met jou ouleh?’. ‘Nou, ik zie dat jij een prachtige hoody aan hebt en die vind ik wel mooi. Wat als we afspreken dat jij mij die hoody geeft en ik de voetbalwedstrijd verzorg?’, vervolgt de voorzitter. ‘Mijn hoody krijg je nooit vriend, die is van mij’. ‘Oh nee knul? Dat zullen we nog wel eens zien’. Het sfeertje is in 1 keer hartstikke grimmig geworden. ‘Jij gaat mij die hoody geven, anders kom jij dit kantoor niet meer uit’. Laers beseft dat dit foute boel is en staat op om uit de stoel richting de uitgang van het kantoor te rennen, maar wordt daar vervolgens door een grote kale kleerkast in de deuropening tegen gehouden. ‘Waar ga je heen jongen?’ vraagt de bullebak cynisch. Hij duwt Laers terug zijn stoel in. Inmiddels draait Laers zich terug naar de voorzitter en ziet dat deze een pistool op hem gericht heeft. ‘Zo Laers, gaan we vluchten of gaan we praten?’.
Inmiddels begint Laers hem behoorlijk te knijpen maar hij houdt zich kalm. Hij zit nu in een stoel tegenover de voorzitter die een pistool op hem richt, met een beer van een vent die de uitgang blokkeert. Buiten het kantoor hoort hij ineens allemaal geschreeuw en commotie ontstaan. Grote passen die dichterbij komen. De deur vliegt open en daar ziet Laers dat er een vastgebonden man met een prop in zijn mond naast hem op de vloer wordt gegooid. De man is behoorlijk toegetakeld en zwaar in paniek. Laers kijkt eens goed en ziet tot zijn stomme verbazing dat het Gilbert is! Ze hebben Gilbert te pakken genomen, die vuilbakken! Gilbert spartelt op de grond en kijkt indringend naar Laers, alsof hij wilt zeggen: ‘HELP ME’. De voorzitter begint erbij te glimlachen. ‘We hebben nog een vriendje voor je meegenomen Laers, ik denk dat je hem nog wel herkent? Je zou z’n leven kunnen redden en je hoeft er maar iets simpels voor te doen, zoon!’. Hij leunt over zijn bureau richting Laers en beveelt intimiderend: “GEEF, MIJ, DIE, HOODY”.
Wordt vervolgd
