https://columnsbydemolesss.wordpress.com/?page_id=748

Vanuit de verte zag ik Oom Tito opgewonden de bestuurskamer verlaten. Buiten stak hij meteen een Marlboro op, tezamen met zijn wild trillende Hawaaiiaanse handen die hij duidelijk niet meer onder controle had. Direct daarna volgde de rest van de bestuurskamer met een krat Birra Morretis en ze vielen elkaar in de armen. Ook zij konden het nieuws dus niet geloven. Op de laatste dag van de transfermarkt hadden zij McKlures weten te strikken.
De opluchting kan ik, als speler van Parkhout 6, enigzins begrijpen. Het vertrek van Koen Elbertse heeft het team in een gedesillusioneerde en semi suïcidale toestand achtergelaten. Het team kon niet geloven dat zo’n centrale figuur (ook in de letterlijke zin) al na een jaar een zeer gevoelige overstap maakte binnen de club. Tito was laaiend toen hij het, vanaf zijn vakantieadres in Honolulu, te horen kreeg. Naar verluidt zijn er die avond een paar flessen cognac gesneuveld; een maakte hij zelf soldaat, de andere twee heeft hij over de balustrade gemieterd. Tito vroeg zich af of hij ooit nog een wedstrijd zouden winnen, want in de rest van zijn spelers had hij duidelijk geen vertrouwen. Voor een trainer van zijn status was dat moeilijk te billeken.
Maar McKlures is dus toch nog speler van Parkhout 6 geworden. McKlures, zoon van Ierse immigranten, opgegroeid in Cork en in zijn jonge jaren naar Nieuwegein verhuisd, is geen vreemde speler in de Parkhoutiaanse contreien. Een kind van de club, gepokt en gemazeld op de pleintjes en kooitjes van Vreeswijk, Parkhout en Hoogzandveld, heeft hier de gehele jeugdopleiding doorgelopen alvorens hij naar het 1e team van de grote rivaal ging. Een gevoelige move: de jaren erna is er een hoop gesteggel geweest over de opleidingsvergoeding voor de Ier, Vreeswijk wilde centen zien, wat vervolgens heeft geleid tot de fusie.
Voor McKlures ging dit volledig langs hem heen, McKlures is vooral bezig met voetbal. Wegdraaien van de tegenstander, keepers uitkappen en vooral veel goals maken is wat onze Ierse vriend het liefste doet. McKlures doet niet aan concessies, McKlures overlegt niet. McKlures ramt er drie in het netje en verdwijnt dan weer richting zijn grot in de Flevopolder, waar hij uitrust tussen de gedetineerden. Want ook zij moeten bewaard worden, alvorens zij in een niet nader in de toekomst genoemd tijdstip dezelfde vrijheden mogen opstrijken als u en ik. Zoals McKlures altijd zegt: ‘Every Saint has a past and every sinner has a future’. En dat siert McKlures.
Sinds het nieuws van de transfer wereldkundig is gemaakt zit de wind bij de Parkhout 6ers weer lekker in de rug. Twee wedstrijden gespeeld: 3 goals voor,14 goals tegen. Veel toeschouwers lopen voortijdig het stadion uit, de criticasters zijn niet mals. Voor Parkhout 6 blijkt het zelfs ‘de slechtse seizoenstart sinds het team dat gecoached werd door Piet van de Brug in 1954’. Piet was blind en doof, maar dat weerhield hem niet om destijds een team te coachen. Dat elftal bestond vooral uit kinderen, schapen en legpuzzels, Piet wist niet zo goed wie hij op het wedstrijdformulier zette.
Maar deze statistieken doen vooralsnog niets met de geest van het team. De hoop en het optimisme die er sinds de transfer van McKlures binnen het team heerst is nog steeds niet vertrokken. De beoogde opstelling zal een 6-3-1 worden, McKlures in de diepe punt.
En zo ben ik, speler van Parkhout 6, net zo opgetogen over de toekomst en merk ik dat ook in mijn eigen stad. Afgelopen zondagochtend stond ik nog voor het stoplicht bij Hoogzandveld, om zoals iedere zondagmorgen mijn goede vrind Mareno in de Albert Heijn een fijne werkdag te wensen. Naast mij stopte er een Fiat Punto, raampje open, peuk in de mond, Mocromaniac uit de speaker. Het zal een jochie van niet ouder dan 19 geweest zijn. ‘Hey!’ Riep hij naar mij. ‘Is het waar? Is McKlures echt terug?’. Ik deed mijn zonnebril af en keek hem recht in zijn ogen aan, dwars door zijn ziel, en vertelde hem: ‘Ja jongen, hij is terug’.
